KPI’s voor je webshop: welke cijfers laten zien waar je geld blijft liggen

KPI's webshop: welke cijfers moet je bijhouden?

Inhoudsopgave

Vraag tien webshopeigenaren welke KPI’s ze bijhouden en negen beginnen over omzet. Logisch, want omzet is het cijfer dat elke dag vanzelf binnenkomt en dat je zonder rekenwerk kunt aflezen. Het is ook het cijfer dat je het minst vertelt over waar je bedrijf lekt. Een webshop kan zijn omzet met dertig procent zien stijgen en tegelijkertijd minder overhouden dan het jaar ervoor. Dat gebeurt vaker dan je denkt, en het gebeurt bijna altijd bij ondernemers die hard werken en alles goed doen behalve één ding: sturen op de verkeerde cijfers.

Dit artikel gaat over de KPI’s die je in je webshop bijhoudt, waar je ze vandaan haalt, hoe vaak je kijkt en welke beslissing aan elk cijfer hangt. Want een cijfer zonder besluit erachter is decoratie.

Het korte antwoord: zes cijfers waar je op stuurt

De KPI’s die je in een webshop structureel bijhoudt zijn je conversiepercentage, je gemiddelde orderbedrag, je brutomarge per order, je kosten per nieuwe klant, je retourpercentage en het aandeel van je omzet dat uit terugkerende klanten komt. Die zes vertellen samen waar je groei vastloopt. Alle andere cijfers zijn verdieping op één van deze zes, en je kijkt er pas naar zodra één van de zes beweegt. Omzet en bezoekersaantallen zijn uitkomsten van deze zes, geen stuurcijfers.

Waarom omzet je slechtste stuurcijfer is

Omzet is een optelsom van drie dingen die je afzonderlijk kunt beïnvloeden: hoeveel mensen er komen, hoeveel daarvan kopen, hoeveel ze per keer besteden en hoeveel je daarvan overhoudt. Als je alleen naar de optelsom kijkt, zie je nooit welk van die drie onderdelen wegzakt. Je ziet een daling en gaat harder marketen, terwijl de daling werd veroorzaakt door een productgroep met een hoog retourpercentage die je marge opvrat.

Er is nog een reden waarom omzet misleidt. Omzet reageert traag en met vertraging op wat je doet. Als je vandaag je productpagina’s verbetert, zie je pas over weken of maanden een verschil in je omzetgrafiek, en tegen die tijd zijn er zes andere dingen veranderd. Je conversiepercentage op die specifieke pagina’s beweegt binnen dagen. Dat maakt het bruikbaar om op te sturen, en omzet vooral geschikt om achteraf vast te stellen of het gewerkt heeft.

De ondernemers die ik spreek weten dit vaak wel. Ze kijken alleen alsnog elke ochtend als eerste naar hun omzet van gisteren, omdat dat cijfer emotioneel het meeste doet. Dat is menselijk. Het kost alleen aandacht die ergens anders veel meer oplevert.

De toets: wat doe je als dit cijfer beweegt

Voordat je een cijfer op je dashboard zet, beantwoord je één vraag. Als dit cijfer volgende maand tien procent afwijkt, welk besluit neem ik dan?

Kun je die vraag niet beantwoorden, dan hoort het cijfer er niet op. Dat klinkt streng, en het is de snelste manier om van een dashboard met veertig grafieken naar een dashboard te gaan waar je daadwerkelijk mee stuurt. Het aantal volgers op Instagram is een prachtig voorbeeld: het beweegt, je kijkt ernaar, en er hangt geen enkel besluit aan. Je gemiddelde orderbedrag daarentegen: zakt dat drie maanden op rij, dan weet je dat je naar je bundels, je verzendgrens en je productmix gaat kijken.

Bij elk cijfer in dit artikel staat daarom de formule, en daarnaast wat je doet zodra het beweegt. Dat is het deel dat in de meeste KPI-lijstjes ontbreekt.

Vier knoppen, vier soorten cijfers

Groei in een webshop komt uit vier knoppen: bezoekers, conversie, orderbedrag en marge. Meer bezoekers naar je site, een groter deel van die bezoekers dat koopt, een hoger bedrag per bestelling, en een groter deel van dat bedrag dat je overhoudt. Elke euro extra winst komt uit één van die vier. 

Dat maakt ze ook het beste ordeningsprincipe voor je cijfers. Zodra je je KPI’s onder deze vier knoppen hangt, wijst een afwijkend cijfer direct naar de knop waar je iets moet doen. Je hoeft geen analyse te doen om te bepalen waar het probleem zit, want de indeling doet dat werk al voor je.

De meeste webshops meten drie of vier cijfers die allemaal onder dezelfde knop hangen, meestal bezoekers. Daarom voelt hun dashboard vol en hun sturing leeg.

KPI’s bij je bezoekers

Hier gaat het over hoeveel mensen je bereikt en wat dat kost. Het absolute bezoekersaantal is daarbij het minst interessante getal.

Bezoekers per kanaal

Je totale bezoekersaantal zegt niets zolang je niet weet waar het vandaan komt. Een webshop met tienduizend bezoekers waarvan negentig procent uit betaald verkeer komt, is een fundamenteel ander bedrijf dan een webshop met tienduizend bezoekers waarvan de helft organisch binnenkomt. Het eerste bedrijf stopt met bestaan op de dag dat het advertentiebudget stopt.

Splits je bezoekers daarom altijd uit naar organisch, betaald, e-mail, social en direct. Verschuift de verhouding richting betaald, dan wordt je bedrijf kwetsbaarder, ook als het totaal groeit. Meer over hoe je die organische stroom opbouwt lees je in het artikel over SEO voor webshops en over vindbaarheid in AI-tools zoals ChatGPT en Perplexity.

Kosten per nieuwe klant

Dit is de KPI onder de knop bezoekers waar het echte geld zit. Je advertentiekosten gedeeld door het aantal nieuwe klanten dat eruit komt. Niet gedeeld door het aantal orders, want daar zitten je bestaande klanten tussen die je toch al had.

Zodra je dit cijfer naast je brutomarge per order legt, weet je binnen tien seconden of je advertenties geld verdienen of geld verbranden. Kost een nieuwe klant je zes euro en houd je vier euro over aan die eerste bestelling, dan betaal je om te mogen verkopen. Dat kan een bewuste keuze zijn als je weet dat die klant terugkomt. Het is een ramp als je dat niet weet.

Kosten per nieuwe klant

Formule
Advertentiekosten in een periode gedeeld door het aantal nieuwe klanten in diezelfde periode.

Waar vind je het
Advertentieplatform voor de kosten, je webshopsoftware voor het aantal nieuwe klanten.

Hoe vaak kijken
Maandelijks, en wekelijks tijdens campagnes.

Actie als het stijgt
Leg het naast je brutomarge per order. Ligt het erboven, verhoog dan eerst je orderbedrag of je marge voordat je meer budget inzet.

KPI’s bij je conversie

Conversie is de knop waar de meeste webshops het snelste geld vinden, omdat je hier verdient zonder één extra bezoeker.

Conversiepercentage per kanaal en per apparaat

Je totale conversiepercentage is een gemiddelde van groepen die zich totaal verschillend gedragen. E-mailverkeer converteert vaak een veelvoud van social verkeer. Mobiel converteert bijna altijd lager dan desktop, terwijl het merendeel van je bezoek mobiel binnenkomt. Zodra je uitsplitst, zie je waar het echte lek zit.

Een verschil van meer dan een factor twee tussen mobiel en desktop is een signaal dat er iets stuk is in je mobiele checkout. Dat is geen designkwestie. Dat is direct geld.

Conversiepercentage

Formule
Aantal bestellingen gedeeld door aantal sessies, maal 100.

Waar vind je het
Google Analytics, uitgesplitst naar kanaal en apparaat, gecontroleerd tegen je webshopsoftware.

Hoe vaak kijken
Wekelijks op totaalniveau, maandelijks uitgesplitst.

Actie als het daalt
Kijk eerst of je verkeersmix is verschoven. Blijft de mix gelijk, controleer dan checkout, laadtijd en voorraadstatus van je best verkopende producten.

Uitval in de checkout

Van alle plekken waar je bezoekers verliest, is de checkout de duurste. Deze mensen hebben je product al gekozen en zijn afgehaakt tijdens het afrekenen. Meet welk percentage van de bezoekers dat de checkout start, hem ook afmaakt.

Zakt dat percentage, dan liggen de oorzaken bijna altijd in dezelfde hoek: onverwachte verzendkosten, een verplicht account, te weinig betaalopties of een foutmelding op één specifieke telefoon. Verzendkosten die pas in de laatste stap zichtbaar worden zijn daarbij veruit de grootste veroorzaker, en dat maakt de manier waarop je je verzendkosten en verzendgrens inricht een conversiebeslissing.

Winkelwagenverlating

Dit cijfer ligt bij vrijwel elke webshop rond de zeventig procent en dat is normaal. Je stuurt hier dus op de beweging, niet op het absolute getal. Loopt het op van zeventig naar tachtig procent, dan is er iets veranderd in je aanbod, je prijs of je concurrentie.

KPI’s bij je orderbedrag

Deze knop wordt het minst bediend en levert vaak het snelst resultaat op, omdat je geen extra bezoeker en geen extra conversie nodig hebt.

Gemiddeld orderbedrag

Je omzet gedeeld door je aantal orders. Kijk hier ook naar de spreiding, want een gemiddelde verbergt de mix. Twee webshops met een gemiddeld orderbedrag van €40 kunnen totaal verschillende bedrijven zijn: de één verkoopt vrijwel alles rond de €40, de ander heeft een berg orders van €15 en een handvol van €200.

Die tweede webshop heeft een probleem dat het gemiddelde verbergt. Al die orders van €15 kosten evenveel verzendkosten, evenveel verpakking en evenveel klantcontact als de orders van tweehonderd. 

Gemiddeld orderbedrag

Formule
Omzet in een periode gedeeld door het aantal orders in diezelfde periode.

Waar vind je het
Je webshopsoftware, en controleer het in je boekhouding.

Hoe vaak kijken
Maandelijks, met een keer per kwartaal een blik op de spreiding.

Actie als het daalt
Controleer je verzendgrens, je bundels en of een goedkope productgroep je mix domineert.

Aantal artikelen per order

Dit cijfer laat zien of je bezoekers naast het product waarvoor ze kwamen nog iets meenemen. Blijft het rond de één hangen, dan is er in je productpagina en je winkelwagen geen enkele reden om verder te kijken. Dat is een van de goedkoopste dingen om te repareren.

Aandeel omzet uit terugkerende klanten

De duurste klant die je hebt is de klant die één keer koopt en verdwijnt. Meet welk deel van je omzet uit klanten komt die eerder bij je bestelden. Dit cijfer bepaalt hoeveel je je kunt veroorloven om aan een nieuwe klant uit te geven.

Bij producten met een natuurlijke herhaalaankoop ligt dit hoog. Bij eenmalige aankopen, zoals een groot interieurstuk of een cadeauartikel, ligt het structureel laag en is dat geen fout. Het betekent alleen dat je marge op de eerste order moet kloppen, omdat er geen tweede komt om het goed te maken.

Aandeel omzet uit terugkerende klanten

Formule
Omzet van klanten met meer dan één order gedeeld door totale omzet, maal 100.

Waar vind je het
Je webshopsoftware of je e-mailmarketingsysteem.

Hoe vaak kijken
Per kwartaal.

Actie als het daalt
Kijk naar je e-mailfrequentie, je service na aankoop en of je nieuwe klanten uit een kanaal komen dat vooral kortingsjagers aantrekt.

KPI’s bij je marge

Dit is de knop waar de meeste winst verdwijnt zonder dat iemand het merkt, omdat marge zich verstopt in kleine bedragen die je per order nauwelijks voelt.

Brutomarge per order na alle kosten

Je verkoopprijs min je inkoopprijs is niet je marge. Dat is je startbedrag. Je echte marge per order is wat er overblijft na je verzendkosten, je transactiekosten, je verpakking, je kortingscodes en je retourkosten.

Reken dat één keer volledig uit voor een gemiddelde order en je krijgt bijna altijd een schok. Een order van veertig euro met een inkoopmarge van vijfendertig procent begint op veertien euro. Trek daar vijf euro verzendkosten af, dertig cent transactiekosten, een euro verpakking en het gemiddelde retourverlies gespreid over al je orders, en er blijft een bedrag over waarvan je geen advertenties kunt betalen. 

Brutomarge per order

Formule
Verkoopprijs exclusief btw min inkoopprijs, min verzendkosten, transactiekosten, verpakking, kortingen en gespreide retourkosten.

Waar vind je het
Je boekhoudpakket voor de kosten, je webshopsoftware voor orderdata.

Hoe vaak kijken
Per kwartaal volledig, maandelijks op hoofdlijnen.

Actie als het daalt
Controleer je kortingsgebruik, je verzendgrens en of je inkoopprijzen stilletjes zijn gestegen zonder dat je verkoopprijs meebewoog.

Retourpercentage per productgroep

Een totaal retourpercentage is een gemiddelde dat de dader beschermt. Vrijwel altijd blijkt één productgroep verantwoordelijk voor een onevenredig deel van de retouren, en die groep kan je hele marge opeten terwijl hij op papier prima verkoopt.

Meet daarom per productgroep, en reken de volledige kosten mee: heenzending, retourzending, verwerkingstijd en de afwaardering van artikelen die je niet meer als nieuw kunt verkopen. Retouren zijn een margevraagstuk, geen klantenservicevraagstuk. In het artikel over retouren in je webshop staat hoe je die kosten drukt zonder je klanttevredenheid op te offeren.

Retourpercentage

Formule
Aantal geretourneerde artikelen gedeeld door het aantal verkochte artikelen, maal 100, per productgroep.

Waar vind je het
Je webshopsoftware of je fulfilmentpartij.

Hoe vaak kijken
Per kwartaal, per productgroep.

Actie als het stijgt
Controleer maatinformatie, productfoto’s en verwachtingen in je productteksten van de groep die eruit springt.

Voorraadomloopsnelheid

Hoe vaak je je voorraad per jaar omzet. Dit cijfer is voor webshops met eigen voorraad het verschil tussen een gezond bedrijf en een bedrijf waarvan de winst in het magazijn ligt. Elke euro die vastzit in artikelen die twee jaar blijven staan, is een euro die je niet in je bestsellers kunt stoppen.

Werk je met dropshipping of een fulfilmentpartij zonder eigen voorraadrisico, dan is dit cijfer voor jou minder relevant en verschuift je aandacht naar je marge per order.

Benchmarks: waarom het gemiddelde je weinig vertelt

Zoek op het gemiddelde conversiepercentage van een Nederlandse webshop en je vindt binnen vijf minuten cijfers die uiteenlopen van 1,78 procent tot boven de 4 procent, afhankelijk van welke bron je toevallig opent. Alle bronnen hebben gelijk, want ze meten andere sectoren, andere landen, andere prijsklassen en andere meetmethodes.

Dat maakt externe benchmarks vooral geschikt om een orde van grootte te herkennen. Zit je op 0,4%, dan weet je dat er iets fundamenteel stuk is. Zit je op 2,3%, dan zegt het gemiddelde je niets, omdat een webshop in sieraden met een orderbedrag van dertig euro nooit vergelijkbaar is met een webshop in designmeubels met een orderbedrag van achthonderd.

De enige benchmark die altijd klopt is je eigen vorige periode. Vergelijk jezelf met je eigen kwartaal ervoor en met dezelfde maand vorig jaar, want daarmee haal je seizoensinvloed eruit. Dat is minder spannend dan een sectorgemiddelde en oneindig veel bruikbaarder.

Het ritme: wanneer kijk je waarnaar

Dagelijks naar je cijfers kijken leidt tot beslissingen op ruis. Een dinsdag met tegenvallende cijfers is meestal gewoon een dinsdag.

Wekelijks kijk je naar je bezoekers per kanaal, je conversiepercentage op totaalniveau en je advertentiekosten. Dit is je controle of er niets stuk is. Vijftien minuten.

Maandelijks kijk je naar je conversie uitgesplitst naar kanaal en apparaat, je gemiddelde orderbedrag, je kosten per nieuwe klant en je omzet vergeleken met dezelfde maand vorig jaar. Dit is waar je bijstuurt. Een uur.

Per kwartaal reken je je brutomarge per order volledig door, kijk je naar je retourpercentage per productgroep, je aandeel omzet uit terugkerende klanten en je voorraadomloop. Dit is waar je besluit welke producten blijven en welke weggaan. Een dagdeel.

Die laatste is degene die het vaakst wordt overgeslagen en het meeste oplevert.

Waar je de cijfers vandaan haalt, en waarom ze nooit optellen

Je hebt drie bronnen nodig en die zullen elkaar tegenspreken. Dat is normaal, en het is belangrijk dat je begrijpt waarom, anders ga je op het verkeerde cijfer sturen.

Google Analytics

Voor je bezoekers, je kanalen, je apparaten en je gedrag op de site. Dit is het rijkste inzicht dat je hebt in wat er vóór de bestelling gebeurt. Het is tegelijk je minst betrouwbare omzetbron, omdat een deel van je bezoekers geen toestemming geeft voor tracking en Google dat gat opvult met een modelmatige schatting. Sinds 15 juni 2026 is Consent Mode bovendien de bepalende schakel geworden voor de advertentiedata die vanuit Analytics naar gekoppelde advertentieaccounts loopt, waardoor een verkeerd ingerichte cookiebanner rechtstreeks doorwerkt in je meetbaarheid.

Google Search Console

Voor je vertoningen, klikken en posities in de zoekresultaten. Dit is de enige bron die je vertelt op welke zoekopdrachten je gevonden wordt en waar je net buiten de eerste pagina staat. Een pagina met veel vertoningen en weinig klikken is een pagina waar je met een betere titel binnen een week resultaat boekt.

Je webshopsoftware

Voor je bestellingen, je orderbedrag, je producten en je klanten. Dit is je waarheid voor alles wat ná de bestelling komt. Als je webshopsoftware en Analytics verschillende omzetten laten zien, wint je webshopsoftware.

Je boekhouding

Voor je werkelijke kosten, je marge en je winst. Dit is de enige bron die de bedragen kent die je marge opeten en die nergens in je webshopsoftware staan: je transactiekosten, je verzendfacturen, je verpakking en je vaste lasten. Een boekhoudpakket dat rechtstreeks koppelt met je webshop en je bank scheelt je hier het meeste werk. 

Waarom de bronnen elkaar tegenspreken

Analytics telt sessies waar toestemming voor is, je webshopsoftware telt alle orders, en je boekhouding telt facturen op factuurdatum. Drie verschillende definities van dezelfde werkelijkheid. Kies daarom per cijfer één vaste bron, leg vast welke dat is, en vergelijk nooit een cijfer uit de ene bron met een cijfer uit de andere. Het verschil tussen de bronnen is minder belangrijk dan de consistentie waarmee je meet.

In vijf stappen je eigen dashboard

  1. Kies je zes cijfers. Conversiepercentage, gemiddeld orderbedrag, brutomarge per order, kosten per nieuwe klant, retourpercentage en aandeel omzet uit terugkerende klanten. Voeg er hooguit twee toe die specifiek zijn voor jouw model.
  2. Leg per cijfer de bron vast. Schrijf op waar je het haalt en hoe je het berekent, zodat je over drie maanden nog hetzelfde meet. Dit is de stap die iedereen overslaat en die de rest waardeloos maakt zonder.
  3. Doe een nulmeting over de afgelopen twaalf maanden. Zonder vertrekpunt weet je niet of een verandering vooruitgang is. Bereken meteen ook dezelfde maand vorig jaar, zodat je seizoen kunt corrigeren.
  4. Hang aan elk cijfer een besluit. Noteer letterlijk: als dit cijfer met tien procent afwijkt, doe ik dit. Zonder die zin blijft het een grafiek om naar te kijken.
  5. Zet het ritme in je agenda. Wekelijks vijftien minuten, maandelijks een uur, per kwartaal een dagdeel. Als het niet in je agenda staat, gebeurt het in drukke maanden niet, en dat zijn precies de maanden waarin het meeste misgaat.

Een spreadsheet volstaat prima. De waarde zit in de consistentie, niet in de software.

Veelgestelde vragen over KPI’s in je webshop

Hoeveel KPI's moet ik bijhouden voor mijn webshop?

Zes tot acht is voor vrijwel elke webshop genoeg. Elk cijfer dat je toevoegt kost aandacht die van de andere afgaat. Een dashboard met dertig grafieken leidt bijna altijd tot minder sturing dan een dashboard met zes, omdat je bij dertig grafieken gaat kijken en bij zes gaat beslissen.

De bandbreedtes die je online vindt lopen uiteen van ongeveer 1,5 tot 4 procent, sterk afhankelijk van sector, prijsklasse en verkeersbron. Bruikbaarder is de vraag of jouw conversiepercentage hoger is dan het kwartaal ervoor, en of je e-mailverkeer beter converteert dan je social verkeer. Dat vergelijk je met jezelf en dat is een eerlijke maatstaf.

Als je adverteert wel, met één belangrijke kanttekening. ROAS rekent met omzet, en omzet is precies het cijfer dat je marge verbergt. Reken daarom uit bij welke ROAS je break-even draait, op basis van je brutomarge per order. Draai je vijfendertig procent marge, dan verlies je onder een ROAS van ongeveer 2,9 geld op elke euro advertentiebudget, hoe mooi de omzetgrafiek er ook uitziet.

Omdat ze verschillende dingen meten. Analytics registreert alleen bezoekers die toestemming gaven voor tracking en vult het gat met een schatting, terwijl je webshopsoftware elke order registreert. Gebruik Analytics voor gedrag en kanalen, en je webshopsoftware voor omzet en orders.

Klantwaarde is de totale marge die een klant je over de hele relatie oplevert. Zinvol zodra je herhaalaankopen hebt, want dan bepaalt het hoeveel je aan een nieuwe klant mag uitgeven. Verkoop je vooral eenmalige aankopen, dan is de marge op de eerste order je enige kans en verschuift je aandacht daarheen.

Wekelijks kort voor controle, maandelijks uitgebreid om bij te sturen, per kwartaal diep voor je marge en je productbeslissingen. Dagelijks kijken leidt tot beslissingen op toeval, omdat de schommeling tussen twee dagen bijna nooit iets betekent.

Voorraadomloopsnelheid vervalt en je marge per order wordt belangrijker, omdat die structureel lager ligt en je minder knoppen hebt om hem te beïnvloeden. Je levertijd en je retourpercentage verdienen extra aandacht, omdat je daar afhankelijk bent van een partij buiten je eigen bedrijf.

Meet marketplace en eigen webshop altijd apart. De commissie verandert je marge per order fundamenteel, en zodra je die kanalen op één hoop gooit, ziet je marge er beter uit dan hij is. Bereken je marge per order per kanaal en je weet meteen welk kanaal je bedrijf draagt.

Je brutomarge per order na alle kosten, uitgesplitst per productgroep. In vrijwel alle gevallen zit het antwoord in een combinatie van gestegen inkoop of verzendkosten die je niet hebt doorberekend, een kortingsgewoonte die structureel is geworden, of één productgroep met een retourpercentage dat de rest opeet.

De rekensom die je vanmiddag kunt maken

Je hebt vrijwel alle cijfers uit dit artikel al in je systemen staan. Dat is het frustrerende eraan. De data ligt er, in je webshopsoftware, in Analytics en in je boekhouding, en toch stuurt de meerderheid van de webshops op de drie cijfers die het minst vertellen.

Doe daarom eerst deze ene som, voordat je een dashboard bouwt of een tool aanschaft. Neem je gemiddelde orderbedrag van vorige maand. Trek daar je gemiddelde inkoopprijs vanaf, je verzendkosten, je transactiekosten, je verpakking, de kortingen die je gaf en je retourkosten gedeeld over al je orders. Wat overblijft is wat je werkelijk verdient aan één bestelling.

Leg dat bedrag naast wat een nieuwe klant je aan advertenties kost. Ligt je marge per order daaronder, dan betaal je om te mogen verkopen en werkt elke euro extra advertentiebudget tegen je. Ligt hij er ruim boven, dan heb je een schaalbaar bedrijf en is meer verkeer inderdaad je volgende stap. Dat is in één berekening het verschil tussen gas geven en op de rem.

Wat je meet bepaalt waar je aan draait

Precies daarom werkt het om je cijfers langs de vier knoppen te ordenen. De meeste ondernemers meten drie dingen die allemaal onder bezoekers en conversie hangen, en tasten daardoor in het duister zodra hun probleem in orderbedrag of marge zit. Wat je meet bepaalt wat je ziet, en wat je ziet bepaalt waar je aan draait.

Kies je zes cijfers, leg per cijfer vast wat je doet als het beweegt, en zet het ritme in je agenda. Meer dan dat heb je niet nodig om te weten waar het geld in jouw webshop blijft liggen.

Wil je sparren over welke van de vier knoppen in jouw webshop het meeste laat liggen? Plan dan een gratis strategiesessie in. We analyseren jouw webshop en laten je zien waar je grootste groeikansen liggen.

Foto van Astrid van der Made

Astrid van der Made

Ik ben Astrid van der Made, oprichter van Succes met je Webshop. Sinds 2010 heb ik drie webshops gebouwd en verkocht, ben ik auteur van Meer verdienen met je Webshop en al jarenlang Shopping Awards Vakexpert. Ik help webshopeigenaren die al omzet draaien, naar structureel meer omzet en meer winst.

Lees ook deze artikelen